Alle berichten van Paul van Velthoven

Over Paul van Velthoven

Paul van Velthoven is freelance journalist en schrijft vooral over politieke en religieuze onderwerpen. Hij was chef van de opiniepagina van de Haagsche Courant en daarvoor onder meer redacteur geestelijk leven bij dagblad Het Binnenhof. Hij publiceerde een studie over de Franse denker Raymond Aron. Onlangs verscheen van hem ‘Franstaligen tegen Vlamingen – Hoe België als natie mislukte’.

Oekraïns nationalisme heeft oude papieren

 

De Russische agressie tegen Oekraïne heeft niet alleen het Westen op ongekende wijze verenigd, maar verandert ook de relatie tussen Oekraïne en  Rusland ingrijpend ten gunste van het Westen.  De oorlog tegen het Rusland van Poetin, maar ook de afschuwelijke ervaringen met de terreur van het bolsjewistische bewind versterken alleen maar het geboorterecht van een onafhankelijke natie.

De verschrikkelijke beelden van onschuldige lukraak dood geschoten burgers door Russische legereenheden in de voorsteden van Kiev was voor het Tsjechische parlement dezer dagen aanleiding  de ‘holodomor’ te herdenken. Dit voorjaar was het namelijk negentig jaar geleden dat de grootscheepse, langzame maar trefzekere uitmoording van Oekraïnse boeren en hun gezinnen in de jaren 1932 en ’33 begon. Deze is als de holodomor (hongermoord) bekend komen te staan. Hun fout was dat zij zich gekeerd hadden tegen Stalins plannen om de landbouw te collectiviseren door middel van grote staatsboerderijen. Als straf werd hun systematisch elk voedsel  onthouden: fanatieke partijgangers haalden al het eten weg en verhinderden ook dat ze dit zelf konden verbouwen. Ze kregen door de bolsjewieken het stempel opgedrukt van ‘koelakken’ (rijke boeren die hun personeel uitbuitten.) Personeel hadden ze echter meestal niet, maar het feit dat ze eigenaar waren van een boerderij maakte hen in de marxistische ideologie al tot klassevijanden. Daarom moesten ze vernietigd worden zodat de bolsjewistische  revolutie kon slagen.

De staatsboerderijen bleken al vrijwel direct catastrofaal voor de voedselproductie, want ze haalden het eigen initiatief weg. Toch  weerhield dit Stalin niet om deze aanpak door te zetten. Schokkende foto’s van de uithongering van volwassenen en kinderen  die stervend of al dood in hun boerderijen of langs de weg lagen, bereikten destijds slechts mondjesmaat het Westen. De Britse journalist Malcolm Muggeridge, die op eigen onderzoek uitging in Oekraïne , noemde in een verslag voor de Britse krant The Guardian het ’een van de monsterlijkste misdaden ooit, zo bruut zelfs, dat men het in de toekomst niet zou kunnen geloven’.

De Canadese onderzoeker Robert Conquest documenteerde in de jaren tachtig in zijn Harvest of Sorrow deze afschuwelijke gebeurtenis  tot in de kleinste details en stelde vast dat zeker drie miljoen boeren daardoor om het leven waren gekomen. Hij  vergeleek hun lot met dat van de joden onder het naziregime. Werden deze uit racistische motieven gedood, in Oekraïne (maar ook in de rest van de Sovjet-Unie ging) het om een middenklasse die in de communistische ideologie niet langer recht op bestaan had. Ter voorbereiding van hun vernietiging waren ze in langdurige haatcampagnes als vee afgeschilderd dat geen medelijden verdiende. ‘Moskou gelooft niet in jullie tranen’, zeiden de uitvoerders van deze vernietiging tegen  de boeren.

Parallel

Er is een parallel te trekken met de  Russische legereenheden die de afgelopen weken honderden Oekraïnse burgers koelbloedig vermoord hebben. Sinds de Maidanrevolutie van 2014, toen de Oekrainers de pro-Russische president Janoekovitsch verjoegen, worden zij in de Russische staatsmedia als nazi’s afgeschilderd die genocide plegen op de nog aanwezige Russen. Ze mogen daarom volgens Poetin rücksichlos worden afgeslacht.

Naast afkeer van de communistische  ideologie speelde bij de Oekraïnse boeren in de jaren dertig ook verzet tegen het bestuur van Moskou steeds een belangrijke rol. Dat was een reden te meer voor Stalin om ze als bevolkingsgroep te liquideren. Tegelijkertijd waren ze eeuwenlang door de Russen als een broedervolk beschouwd waarmee ze nauwe familiale banden hadden. Oekraïne met Kiev als hoofdstad was immers de streek waar de  Russische staat in de Middeleeuwen haar oorsprong  aan dankte, maar na de bijna twee eeuwen durende  Mongoolse overheersing was Kiev ten onder gegaan en onder invloed van Pools en en Litouws bestuur gekomen en daardoor verwesterd. Pas onder tsarina Catharina de Grote was Oekraïne en ook Wit-Rusland in de achttiende eeuw weer onder het gezag van Moskou gekomen. Al spoedig ontwikkelde zich in Oekraïne een nationalistische beweging voor onafhankelijkheid van Rusland die de tsaren vergeefs probeerden te onderdrukken. Tijdens  de bolsjewistische revolutie grepen de Oekraïners  hun kans. Lenin  presenteerde de bolsjewistische omwenteling als een internationalistische  beweging die nationale gevoeligheden tot op zekere hoogte wilde respecteren.

Het Oekraïnse nationalisme werd gedoogd op voorwaarde dat het de doelstellingen van de bolsjewieken niet in de weg zou staan.  Zo kon Oekraine en Wit-Rusland bij de creatie van de Sovjet-Unie in 1922 uitgeroepen worden tot aparte republiek. Maar vervolgens werd door middel van de bolsjewistische  partij, die in elke republiek zijn eigen afdeling had,  het bestuur van land  alsnog gecentraliseerd. De onafhankelijkheid van de republieken was dus schijn.

Toen in de nadagen van  de Sovjet-Unie de alleenheerschappij van de communistische partij werd gebroken en Jeltsin de leiding kreeg over Rusland eisten verscheidene Sovjetrepublieken waaronder de Baltische landen en Georgië de onafhankelijkheid op.  Ook in Oekraïne en Wit-Rusland wilde men zich losmaken van Moskou. Met de leiders van Oekraïne en Wit-Rusland, die als de meest verwante buurlanden van Rusland werden beschouwd,  onderhandelde Jeltsin in het najaar van 1991  om tot een soort nieuw soort Gemenebest te komen als alternatief voor de oude Sovjet-Unie. Toen de Oekraïners bij referendum in augustus 1991 voor ruim negentig procent kozen voor onafhankelijkheid, gaf Jeltsin dit plan op. Volgens de Amerikaans-Oekraïnse historicus Serhii Plokhy was daarmee de kans verkeken om de oude Sovjetstatenband in een nieuwe vorm te behouden. Jeltsin had immers aan de Amerikaanse president Bush sr. verklaard dat het niet-Europese, lees: Aziatische element  daarin zou domineren wanneer het relatief volkrijke Oekraïne daarbuiten zou blijven. En dat kon Jeltsin niet accepteren, dus viel de Sovjet-Unie alsnog uiteen.

Poetins kijk

In zijn zomer vorig jaar verschenen essay waarin hij het recht op een zelfstandig bestaan van Oekraïne ontkende, herschreef Poetin de geschiedenis van de band tussen Rusland en Oekraïne op uiterst tendentieuze wijze. Het zou alleen aan Lenin hebben gelegen dat Oekraïne in 1922 een aparte republiek in de Sovjet-Unie was geworden. Hij ‘vergat’ dat al vanaf het begin van de negentiende eeuw in Oekraïne een levendige beweging voor zelfstandigheid  was ontstaan die met een  politiek van russificatie door de tsaren werd onderdrukt. Maar in het westelijk deel met Lviv (Lemberg) als voornaamste centrum dat beurtelings lange tijd onder Pools en later Oostenrijkse invloed stond werd naast Oekraïns ook Duits en Pools gesproken. Het Oekraïnse nationalisme manifesteerde zich tijdens de Tweede Wereldoorlog opnieuw nadrukkelijk. De Oekraïners waren uiteraard de vreselijke slachtingen niet vergeten uit het begin van de jaren dertig en daarom werden de Duitse legers aanvankelijk als bevrijders binnengehaald. Maar het enthousiasme bekoelde al heel snel toen Hitler niet alleen de joden maar ook de Slaven als Untermenschen aanzag en zij evenzeer voor vernietiging in aanmerking kwamen. Toch liet het nazisme een kleine schare van aanhangers in Oekraïne achter. Zij keerden zich tegen de Sovjetlegers om Oekraïne van de Duitsers te bevrijden. Het zijn deze randgroeperingen die Poetin dankbaar gebruikt in zijn propagandaoorlog tegen Oekraïne om de Russische invasie te rechtvaardigen.

Het resultaat van de Russische agressie  is ongewis, maar het moge duidelijk zijn dat de tussenoplossing om Oekraïne als neutrale bufferstaat die de voormalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger nog in 2014 bepleitte niet langer kans van slagen heeft. Oekraïne kan alleen nog als zelfstandige natie voortbestaan, ook al zal de strijd daarvoor nog lang duren.

 

 

 

Franse katholieke kerk staat grote hervormingen te wachten

 

In Frankrijk, het land van de kathedralen, toonden de katholieken zich altijd een stuk zelfbewuster dan de Nederlandse. Frankrijk  was immers een bij uitstek katholiek land.  Aan het begin van de twintigste eeuw verloren de Franse katholieken niettemin hun politieke invloed door de in 1905 doorgevoerde scheiding tussen kerk en staat. Dit vloeide voort uit een groeiend anti-klerikalisme, als gevolg van pogingen van de kerkelijke leiders om de verloren gegane positie terug te winnen die de Franse kerk eeuwenlang in staat en onderwijs onder de monarchie bezat, maar na de revolutie verloor.

Hoe zeer ook op het eerste gezicht begrijpelijk, dit katholicisme omklemde de traditie, maar was vaak ook ronduit reactionair. Maar in de eerste decennia van de twintigste eeuw ontdeed de Franse katholieke kerk – nota bene op aandringen van het Vaticaan dat aandrong  op herstel van de banden met de (Derde) Republiek – zich geleidelijk van dit imago. Symbolisch was de breuk met  de conservatieve Action francaise die terugverlangde naar een katholiek geïnspireerde monarchie.

De scheiding van 1905 leidde tot verstoting uit het onderwijs van orden en congregaties ten gunste van onderwijzers en leraren die pleitbezorgers waren van de seculiere republiek. Een langdurige stammenstrijd tussen deze groepen ontstond, die opmerkelijk genoeg een nieuw vitaal katholicisme opleverde dat tot uiting kwam in filosofie en literatuur. Men denke aan katholieke schrijvers als George Bernanos, Paul Claudel en Francois Mauriac en katholieke filosofen als Jacques Maritain, Teilhard de Chardin en Emmanuel Mounier.

Na de Tweede Wereldoorlog verzoende de politieke katholieke elite zich met het republikeins geïnspireerde bestuur van het land en richtte  zij een eigen christen-democratische partij op, de MRP,  die deel nam aan de naoorlogse regeringen. In ruil daarvoor kregen de katholieken hun eigen scholen terug. Lees verder Franse katholieke kerk staat grote hervormingen te wachten

Poetin  kan voortgaande democratisering niet tegen houden

 

Eeuwenlang voelden de Russen zich bedreigd door omringende volken. Rusland in zijn oorsprong had  geen natuurlijke grenzen en het enige antwoord op die bedreigingen was uitbreiding om hun tegenstanders de baas te worden. Dat voorkwam niet de minstens twee eeuwen durende overheersing van de Mongolen tot aan het eind van de Middeleeuwen. Deze vrat diep in  de  Russische ziel in zodat sindsdien uit de daar ontstane vermenging steeds de vraag bleef of de Russen nu een Europees dan wel Aziatisch volk waren.

Toen in de zestiende eeuw de contacten tussen westelijk Europa en de tsaren voorzichtig hernomen werden vielen bij de bezoekers uit Engeland en Holland de brute manieren op van hun Russische gastheren. Vooral de barbaarse onderdrukking van binnenlandse  tegenstanders door iemand als Ivan de Verschrikkelijke  was ongekend. Met het aantreden van Peter de Grote aan het eind van de zeventiende eeuw werden de betrekkingen met het Westen normaler en werd Rusland verrijkt met nieuwe inzichten en technieken. Toen pas goed begon ook het herstel van het verloren gegane rijk.  Moskou kreeg meer en meer greep op de gebieden die het eerder aan Polen, Litouwen en de Turken had verloren (Oekraïne, Wit-Rusland, de Krim) na de inval van de Mongolen. Tegelijk werd vanuit een lange traditie elke  innerlijke oppositie door de tsaren de kop ingedrukt.

Niettemin werden sinds het begin van de negentiende eeuw als gevolg van  Europese invloed  voorzichtige hervormingen van democratische aard beproefd door  de autocratische tsaren. Maar eenmaal op gang werden ze uit vrees voor hun vergaande consequenties steeds weer de kop ingedrukt of geminimaliseerd. Het hele proces van politieke modernisering had de afgelopen twee eeuwen veel weg van een Echternachse processie: zij verliep heel traag, kwam soms geheel tot stilstand, maar dan werden er weer stappen gezet zoals in de allereerste jaren onder Poetin. Lees verder Poetin  kan voortgaande democratisering niet tegen houden

Global Britain  gaat steeds meer op een luchtkasteel lijken

 

Volgend jaar op 31 januari zal het precies een jaar geleden zij dat het Verenigd Koninkrijk zich officieel terugtrok uit de Europese Unie. Maar we hoeven niet tot zolang te wachten om  de voorlopige balans op te maken over dit vertrek. Begin deze maand maakte de Britse instantie voor het toezicht op de begroting bekend dat invoer en uitvoer van het Verenigd Koninkrijk vijftien procent lager ligt dan in 2016, toen de Britten per referendum besloten de Europese Unie te verlaten.

Vorig jaar gaf Johnson  hoog op over de geweldige kansen voor het Britse zakenleven wanneer het was uitgetreden. Met super lage belastingen zou het land een soort Singapore aan de Theems worden, een schrikbeeld voor Brussel. Maar in plaats van verlaging zijn de belastingen voor bedrijven nu van 19 naar 25 procent gestegen; op die manier moet een een andere belofte van Johnson, investeringen voor de uitbreiding van infrastructuur in het verarmde noorden van Engeland dat hem in 2019 de steun van vele Labouraanhangers bezorgde,  worden waar gemaakt. Maar alvast op één punt haakte Johnson af: de aanleg van een belangrijke spoorlijn naar dit gebied  gaat niet door. Zijn nieuwe kiezers zullen er niet blij mee zijn.

Tot nu toe heeft Global Britain slechts éen nieuw handelsakkoord kunnen afsluiten, dat met Australië. Maar dit zal hooguit een fractie van een procent verhoging van het bruto nationaal product (BNP) opleveren, zo verzekeren kenners. De begrotingsinstantie gaat er daarentegen van uit dat het Verenigd Koninkrijk zeker vier procent van zijn nationaal inkomen verliest ofwel ongeveer honderd miljard pond per jaar. Ofwel omgerekend 1500 pond per persoon per jaar en een dienovereenkomstig jaarlijks verlies van veertig miljard pond belastinginkomsten. Lees verder Global Britain  gaat steeds meer op een luchtkasteel lijken

Amerika’s nieuwe strategie  moet China in het gareel brengen

 

De landen van de Europese Unie werden niet gehoord, laat staan dat ze gevraagd werden te participeren in het ingrijpende besluit van de Amerikaanse president Biden om door middel van een nieuw militair bondgenootschap samen met Australië en het Verenigd Koninkrijk een dam op te werpen tegen een steeds assertiever China in de Stille Oceaan. Waar de Verenigde Staten  onder het presidentschap van Trump het autoritaire Chinese bewind van Xi Jinpin op eigen houtje probeerden aan te pakken, neemt Biden de draad weer op door met bondgenoten een veel beter uitgekiende strategie te proberen de expansie van China in te dammen. Ooit werd na de Tweede Wereldoorlog door middel van de oprichting van de NAVO dezelfde indammingsstrategie succesvol beproefd om het communistische gevaar  van Rusland te keren. Maar dit keer speelt vooralsnog het verenigde deel van Europa  zelf daar geen rol in.

In het vorige week gelanceerde  akkoord wordt overigens nergens direct of officieel naar China verwezen, maar de betekenis van het Aukus (Australië-United Kingdom- United States)-akkoord kan uiteraard door de Chinezen niet worden misverstaan. Het is de toepassing van een eeuwenoud beproefd beginsel: wie de vrede wil veilig stellen, bereide zich voor op de oorlog. Hoe agressief de Chinese opstelling momenteel is blijkt wel uit de manier waarop Taiwan door China wordt bejegend. Een gewapend conflict om het eiland dat China als een eigen provincie beschouwt kan nog steeds niet worden uitgesloten, maar de kans daarop lijkt nu eerder kleiner te worden.

Voor AUKUS zijn de Amerikanen  bereid de nieuwste technologie beschikbaar te stellen. Lees verder Amerika’s nieuwe strategie  moet China in het gareel brengen