Gedichten en vehalen van Theo monkhorst

Rozen en rook verschijnt

Rozen en rook

Op 23 april verschijnt ‘Rozen en rook’

De roman (361 pagina’s) verhaalt over Walid Fransman, een jonge dichter uit Londen, die in 2050 op zoek gaat naar de nalatenschap van zijn grootvader in Frankrijk. Hij voorziet niet welke ingrijpende gebeurtenissen hem wachten. Zoals een grote liefde, de macht van een liedje en de gruwelijke strijd van vrouwen tegen het centrale gezag. Een leven van de geur van rozen tot de verstikking van rook en vlammen, waarin het water uiteindelijk overwint.

Lezers van de dubbelroman ‘De zegen van weemoed’ zullen zich Pieter Fransman herinneren, grootvader van Walid en schrijver van die roman. ‘Rozen en rook’, over het leven van zijn kleinzoon, vormt samen met de dubbelroman een familiekroniek van het begin van de twintigste tot het midden van de eenentwintigste eeuw, waarin families uit Oost en West met elkaar versmelten.

Nu reeds reserveren op de websites van de grote boekwinkels.

Flaptekst

Londen, het jaar 2050. Walid Fransman, een jonge Londense dichter van Nederlandse afkomst, besluit om te vluchten voor de digitale wereld met zijn geforceerde leefregels en reist af naar Noord-Frankrijk. Daar, in het huis van wijlen zijn grootvader Pieter Fransman, wil hij onderzoek gaan doen naar diens nalatenschap als schrijver van de succesvolle familiekroniek ‘De zegen van weemoed’.

Hij komt terecht op het vrijwel leeg platteland omdat alle mensen zijn verhuisd naar Parijs, waar in de enorme banlieus miljoenen werklozen boeren en landarbeiders zijn gehuisvest, levend van een staatsuitkering. Zij vermaken zich in speciaal voor hen gebouwde sport en entertainment faciliteiten. Hun werk op het land is overgenomen door robots.

Een groepje vrijgevochten kunstenaars dat zich op een leegstaande boerderij heeft gevestigd verwelkomt hem in hun midden. En daar ontmoet hij ook zijn toekomstige vrouw en moeder van hun zoontje.

Terwijl hij zich afvraagt in welke taal hij gedichten zal gaan schrijven en hoopt op rust en anonimiteit, zal de buitenwereld steeds meer zijn leven gaan bepalen. Hij wordt permanent geobserveerd en terwijl hij denkt zijn eigen beslissingen te kunnen nemen, blijkt zijn leven gestuurd te worden door een in Parijs gevestigde autoriteit. Door zijn huwelijk met een rozenkweekster wordt hij onderdeel van het artistieke gemeenschap, die hem bescherming probeert te bieden.

Zijn betrekkelijke rustige leven als vader van een gezin kantelt echter als hij betrokken raakt bij een landelijke opstand van vrouwen tegen het centrale gezag. Een liedje dat hij voor zijn zoontje heeft geschreven wordt ongewild een geuzenlied van vrouwen die terug willen naar een normale gezinssituatie. Als hij terug komt uit de gruwelijke guerrillaoorlog vindt hij zijn huis leeg. Maar een ingreep van de natuur maakt zijn gezin uiteindelijk de enige overlevenden.

Dit is weliswaar het verslag van een dystopische ontwikkeling, veroorzaakt door de superintelligente systemen, bankiers en militairen, maar ook en vooral van kunstenaars die in naam van de liefde met muziek en poëzie de strijd aangaan tegen een onmenselijke hiërarchie.

Zoals de grootvader van Walid Fransman het schrijft aan zijn kleinzoon:

Dichters zijn de zwaksten
met de scherpste wapens
omdat ze direct het hart raken.

Eerste pagina

De trein raasde onder een mager zonnetje door de zachtgroene heuvels op weg naar een bestemming die hem terug zou voeren in de tijd. Althans, dat was zijn doel. Over de weidse landerijen reed hier en daar een geruisloze landbouwrobot. Een biddend torenvalkje hing boven een onnozele muis. Verder was het land, op een enkele zonnefabriek na, leeg en roerloos, bewoog alleen de trein.

Walid keek naar het voorbijschietende gras langs de spoorbaan en dacht: ik kan niet stoppen, deze machine bepaalt waar ik ga. Hij sleurt mij mee, terwijl ik nu stil wil staan, achterom wil kijken. Hij greep zich vast aan de leuning van de bank en sloot zijn ogen alsof hij daarmee kon remmen. De tijd stond stil, hij voelde alleen een licht schudden. Als ik mijn ogen dichthoud staat de tijd stil, dacht hij, maar zodra ik ze open razen we weer in de richting van de toekomst, zuigen de angstaanjagende rails mij op. De machine heeft mij in zijn macht, ik moet het over mij heen laten komen. Wie weet, misschien het noodlot tegemoet.

Maar hij vermande zich. Laat ik alsjeblieft kalm blijven, paniek is zinloos, dan heeft deze hele expeditie geen zin. Daarom verlegde hij zijn aandacht naar zijn grootvader. De vraag of het verhaal dat hij schreef waar is, was niet eenvoudig te beantwoorden. De vraag of dat van belang is wel, dat wist hij zeker. Daarvoor was hij immers naar Frankrijk gegaan, dat wil zeggen naar het huis van zijn grootvader.